Welkom bij de BASE online shop
0
U heeft geen producten in uw winkelwagen.

Stralingswaarde (SAT-waarde) 

1. Wat is de SAT-waarde?

Het SAT (“het specifieke absorptietempo”) is de stralingsmaat van mobiele telefoons, of meer exact, het niveau van de blootstelling van de gebruiker aan de radiogolven afkomstig van een mobiele telefoon.  De SAT-waarde beschrijft de snelheid waarmee de energie van radiogolven wordt opgenomen in het lichaam. Men onderscheidt de SAT-waarde voor het hoofd en de SAT-waarde voor het lichaam. 

In het Engels gebruikt men de afkorting SAR (“specific absorption rate”), in het Frans spreekt men van DAS (“débit d’absorption spécifique”), in het Duits van SAR (“spezifische Absorptionsrate”).

De SAT-waarden zijn bekend bij de fabrikant. De fabrikant is immers verplicht om de SAT-waarde voor elk toestel te meten vooraleer het op de markt gebracht wordt (om te controleren dat de grenswaarde van 2 W/kg op het SAT niet wordt overschreden). Voor mobiele telefoons gemaakt buiten de Europese Unie maakt de fabrikant soms meerdere SAT-waarden bekend: bijvoorbeeld een Amerikaanse SAT-waarde, naast een Europese SAT-waarde.  Deze waarden verschillen omdat ze anders worden gemeten. Soms wordt er naast de waarde voor het hoofd ook de waarde gegeven voor het lichaam.

Het KB heeft betrekking op de Europese SAT-waarde voor het hoofd: enkel deze waarde moet vermeld worden bij verkoop en in de reclame.

2. Komt de SAT-waarde overeen met de werkelijke blootstelling? 

De SAT-waarde geeft de maximale blootstelling die het toestel kan geven. De werkelijke blootstelling varieert. Dit is vergelijkbaar met het motorvermogen van de auto opgegeven door de fabrikant: tijdens het rijden levert de motor niet continu zijn maximaal vermogen. 

De werkelijke blootstelling varieert 

  1. omdat het zendvermogen van een mobiele telefoon varieert in functie van de ontvangstkwaliteit. Bij optimale ontvangst is het zendvermogen (en bijgevolg de blootstelling van de gebruiker aan radiogolven) veel lager dan bij slechte ontvangst.  De ontvangstkwaliteit hangt op zijn beurt af van hoe dicht u bij een zendmast staat, of er een obstakels zijn die het radiosignaal tegenhouden (dikke muren) en of de gebruiker in beweging is (trein, auto).
  2. in functie van de manier waarop u uw gsm gebruikt. Belt u met een gsm aan het oor, dan is uw blootstelling hoger. Belt u met een oortje, dan is uw blootstelling veel lager.
  3. afhankelijk van hoe efficiënt een mobiele telefoon zich aanpast aan de ontvangstcondities.

Volgens een statistisch onderzoek uitgevoerd door het IARC, zendt een mobiele telefoon gedurende 40% van zijn beltijd uit op het maximale vermogen. Het gemiddelde zendvermogen bedraagt nog de helft van het maximale vermogen.  Gelijkaardige verhoudingen gelden ook voor de SAT. De SAT-waarde geeft dus een indicatie voor de werkelijke blootstelling van gsm-gebruikers, al is het geen exacte waarde die vaak in de praktijk zal voorkomen. De kennis van de SAT-waarde zal de consumenten sensibiliseren en de aankoop van stralingsarme toestellen aanmoedigen.

Opmerking: de aankoop van een gsm met een lagere SAT-waarde mag de consument niet het idee geven om er urenlang mee te bellen. U belt best met oortjes, zeker bij lange gesprekken.

3. Waarom op de SAT-waarde letten als een oortje veel beter helpt?

Het beste is op beide te letten. Door te kiezen voor een mobiele telefoon met lage SAT-waarde, kunt u uw blootstelling met 3 tot 10 keer verminderen. Met een oortje is de blootstelling 100-en keren lager. Als u altijd uw oortje gebruikt, zowel voor inkomende als uitgaande oproepen, hoeft u geen gsm te kopen met een lagere SAT. Hetzelfde geldt als u uw mobiele telefoon enkel gebruikt om te sms-en en nooit om te bellen. 

4. Welke oortje is beter, met draad of draadloos?

Oortjes met draad stralen op zich niets uit, maar kunnen de radiogolven, geproduceerd door de gsm, opvangen en ze naar het hoofd leiden. Toch is de blootstelling van het hoofd 10 tot 30 keer lager wanneer u een oortje met een draad gebruikt, dan wanneer u de mobiele telefoon aan uw oor houdt. Een Bluetooth oortje staat draadloos in contact met uw gsm, en zendt dus radiogolven uit. De blootstelling door een Bluetooth oortje is echter klein: 300-1000 keer lager dan door een mobiele telefoon, gehouden aan het oor.  

5. Is het niet belangrijker te focussen op zendmasten? 

De conclusie van het IARC slaat in eerste instantie op mobiele telefoons. Onderzoek op kankerincidentie rond zendmasten was volgens het IARC niet sluitend genoeg om conclusies te trekken. 

6. Waarom is het KB niet van toepassing op WiFi, DECT-telefoons, babyfoons en andere producten die radiogolven uitzenden?

In zijn conclusie klasseert het IARC alle radiogolven als mogelijk kankerverwekkend. Vanuit dit standpunt zou een gelijke behandeling nodig zijn voor alle apparaten die radiogolven uitzenden. Maar de conclusie van het IARC is vooral gebaseerd op studies met mobiele telefoons, en in mindere mate op draadloze huistelefoons (zoals DECT). 
Mobiele telefoons hebben het grootste zendvermogen en worden vaak gebruikt. Alle andere apparaten worden niet vlakbij het hoofd gebruikt ofwel geven een veel kleinere blootstelling, omdat hun SAT-waarden zijn kleiner dan die van GSM’s. 

7. Kan een gsm met lagere SAT-waarde een hogere blootstelling geven dan een gsm met een hogere SAT-waarde?

Dat kan af en toe gebeuren. Een gsm-toestel past zijn zendvermogen aan de omstandigheden aan. Daardoor varieert de werkelijke blootstelling. In het algemeen, gemiddeld over een lange periode,  zal de blootstelling met een gsm met lagere SAT-waarde lager zijn dan met een gsm met een hogere SAT-waarde. 

Dit is anders voor mobiele telefoons die via UMTS (het 3G-netwerk) kunnen bellen, zoals smartphones. De 3G-technologie is veel efficiënter.  Het gemiddelde zendvermogen van dit soort mobiele telefoon bedraagt slechts enkele procenten van de maximale waarde, wel bij de voorwaarde dat de 3G-ontvangst goed is.  Daardoor kan een smartphone met een hogere SAT-waarde een lagere gemiddelde blootstelling geven dan een gewone GSM met een lagere SAT-waarde. Maar opgelet: bij een slechte ontvangst binnen het 3G-netwerk, schakelt de mobiele telefoon over op het klassieke gsm-netwerk (2G-netwerk).

8. Waarom werden  deze maatregelen niet op Europees niveau ingevoerd?

Op Europees niveau is het nog niet zo ver. Op dit moment bestaat er op EU-vlak een limietwaarde op de SAT-waarde (2 W/kg). Deze is vastgelegd in 1999 op basis van kortetermijneffecten, gekend in die tijd. De norm houdt geen rekening met de eventuele mogelijkheid van een langetermijneffect zoals kanker (zie de classificatie van het IARC). België wacht niet af om actie te ondernemen, gebaseerd op het voorzorgsprincipe.

9. Is het stralingsniveau afhankelijk van het type van de gsm?

Ja. Een mobiele telefoon die via het 3G netwerk belt (smartphone), heeft over het algemeen een kleiner gemiddeld zendvermogen (en dus een kleinere gemiddelde SAT-waarde), dan een gewone gsm, wel bij een goede 3G-ontvangst.

10. Wat is een “goede” SAT-waarde?

De officiële grenswaarde in Europa voor de SAT van een gsm is 2 W/kg. Het CE-teken op een mobiele telefoon is een bewijs dat een gsm is getest en voldoet aan de Europese veiligheidsnormen. 

De meeste waarden liggen tussen 0,1 W/kg en 1,5 W/kg, met een gemiddelde rond 1 W/kg.  In sommige landen wordt een bijkomend label gegeven aan mobiele telefoons met een lagere SAT-waarde. Het Duitse ecologische keurmerk, Blaue Engel, vraagt bijvoorbeeld 0,6 W/kg als criterium om hiervoor in aanmerking te komen. 

11. Zijn er bepaalde gsm-merken die beter scoren op vlak van SAT-waardes?

Volgens de lijst van de Duitse overheidsinstantie Bundesamt für Strahlenschutz (www.bfs.de) heeft zowat elk merk stralingsarme mobiele telefoons.

12. Zijn “antistralingstickers” doeltreffend voor het verlagen van mijn blootstelling?

De doeltreffendheid van deze antistralingstickers is niet bewezen in wetenschappelijke studies.